Opsporing en winning

Ons aardgas is in honderden miljoenen jaren ontstaan uit de resten van planten en dieren. Het zit in millimeter kleine poriën van harde zandsteenlagen op 1,5 tot 5 km diepte. Geologen speuren naar deze gasvoorraden door de structuur van onze bodem te analyseren. Aan de manier waarop geluidsgolven zich in bepaalde grondlagen gedragen, kan een geoloog als op een 3D röntgenfoto, aflezen of er aardgas in die laag zou kúnnen zitten.

Als blijkt dat het veld geschikt is om in productie te nemen, wordt de boorinstallatie weer ontmanteld en de locatie ingericht voor productie. Daarna wordt de gastoevoer uit de put veilig geregeld met een speciale afsluiter.

Om te kunnen boren en eventueel later het aardgas te winnen zijn allerlei wettelijke vergunningen nodig. Daarvoor worden alle mogelijke implicaties in kaart gebracht om zo het effect voor de omwonenden, het landschap én het milieu zo klein mogelijk te houden. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) speelt hierbij een belangrijke rol.

Met de betreffende gemeente worden afspraken gemaakt over de lokale impact. Want een boring duurt al gauw 45-75 dagen. Onderdeel van die afspraken is bijvoorbeeld ook een vervoerplan om de overlast van het werktransport voor de omwonenden te beperken. De gasmaatschappijen, die de boring uitvoeren, werken volgens een zorgvuldige omgevings- en gedragscode.

Na de vergunningsprocedure kan de boring starten. De tijdelijke boorinstallatie -een rig- wordt opgebouwd op een vloeistofdichte vloer. Al het proceswater wordt afgevoerd en gezuiverd. Met een speciale boorkop wordt een gat in de grond geboord. Op elke boorbuis wordt een volgende geschroefd. Beton versterkt het boorgat en voorkomt lekkages in de ondergrond. Als het gas houdende steenlaag is bereikt worden de buizen in die laag geperforeerd. Dan stroomt het gas, door de hogedruk op deze diepte, vanzelf naar boven.

Boren kan tegenwoordig ook onder een hoek. Met een bestuurbare horizontale boring bijvoorbeeld om een bijzonder natuurgebied te ontzien. Zo wordt onder de Waddenzee aardgas gewonnen vanaf het land, vanaf Lauwersoog.

Bij een boring op zee staat de boorinstallatie op een drijvend platform dat door sleepboten naar de locatie wordt gebracht. Daar worden de poten veilig op de zeebodem gezet. Als de boring geslaagd is, vertrekt het boorplatform weer en maakt plaats voor een productieplatform.

Als een gasveld “leeg” is, zit er nog zo’n 15% gas in dat niet meer vanzelf naar boven stroomt. Daarom wordt er soms stikstof in gebracht dat het gas als het ware naar boven “duwt”. Stikstof zit overal in de lucht en is onschadelijk voor mens en natuur. Met deze techniek lukt het bijvoorbeeld om uit het ‘’lege’’ Drentse gasveld bij De Wijk alle Drentse huishoudens 6 jaar langer van aardgas te voorzien.

Naar schatting kunnen we in Nederland nog zo’n 30 jaar aardgas winnen. Ruim voldoende voor de transitie periode naar 2050, wanneer we een volledig duurzame en CO2 arme energievoorziening hebben. Naast het grote Groningenveld zijn er 420 kleinere velden ontdekt. Daarvan zijn 240 in productie genomen. EBN en TNO pleiten sterk voor het actief exploreren van nieuwe velden om de Nederlandse gasvoorziening nog lang onafhankelijk van buitenlands gas te houden en om de infrastructuur offshore intact te houden voor bijvoorbeeld Noordzee systeem integratie of CCS. Voor het winnen van eventuele schaliegas voorraden in Nederland bestaan geen initiatieven.