Bedrijven als Shell, Gasunie en NOGEPA zien zichzelf als springplank voor de energietransitie naar duurzaam, zo bleek op de KIVI-bijeenkomst Moving away from fossil fuels.

De transitiekunde, die de verandering van het ene systeem naar het andere bestudeert zoals de energietransitie van fossiel naar duurzaam, is een heus vak. In Nederland is Jan Rotmans een van de spraakmakende hoogleraren. Zijn hoofdstelling is: de verandering wordt eerst gedragen door voorlopers, waarbij het bestaande systeem vooral hindernissen opwerpt. Vervolgens krijgen die voorlopers momentum en draaien de vertegenwoordigers van het oude systeem – eerst schoorvoetend, en dan enthousiast – bij.

VERANDERING CREËERT KANSEN

Dat laatste viel ook te constateren op de bijeenkomst Moving away from fossil fuels, die het Koninkllijk Instituut van Ingenieurs (KIVI) gister in de aula van de Haagse Hogeschool organiseerde. Jeroen van der Veer, oud-president-directeur van Shell: ‘Een bedrijf floreert wanneer het inspeelt op verandering. De energietransitie creëert kansen zowel voor de oude fossiele industrie als voor start-ups.’ Marjan van Loon, de huidige president-directeur van Shell-Nederland: ‘Schaf niet het oude af om met iets nieuws (lees: duurzaam) te beginnen, maar gebruik het oude als springplank om het nieuwe te versnellen.’ En Jo Peters, secretaris-generaal van NOGEPA (Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie): ‘Breek niet alles af, maar kijk wat oude en nieuwe energietechniek gemeen hebben.’

Van Loon gaf diverse voorbeelden. Shell is betrokken bij wind op zee. ‘We hebben verstand van offshore-installaties.’ Shell gaat bij 25 van zijn tankstations supersnelladers plaatsen, zodat een elektrische auto na een kwartier weer de weg op kan. Op het Shell-terrein in Moerdijk komen 50.000 zonnepanelen. In Duitsland gebruikt het bedrijf zijn ervaring met procestechniek om waterstof te produceren.

Berend Scheffers van EBN (Energiebedrijf Nederland, partner bij gas- en olieprojecten) kondigde een plan aan voor grootschalige toepassing van geothermie. ‘Wij hebben verstand van veilig boren.’ En kondigde aan dat er komend jaar een investeringsbeslissing komt over de opslag van CO2 in lege gasvelden vanuit het Rotterdamse industriecomplex.

Ulco Vermeulen van de Gasunie zet in op groen gas. Zo pleitte hij voor de teelt van algen bij zonneparken en tussen de windturbines op zee. Ook sprak hij zich uit voor het omzetten van duurzaam opgewekte elektriciteit in bijvoorbeeld waterstof. ‘Zowel de opslag als het transport van gas zijn vele malen goedkoper dan opslag en transport van  elektriciteit.’ Gasunie wil zijn bestaande gasinfrastructuur daar graag voor inzetten, en is nu ook bezig met de opslag van waterstof (lees, ‘Gasunie stapt in waterstof‘) in een onderaardse zoutholte.

Er waren ook vertolkers van initiatieven die zich meer onbevangen op de duurzame energie richten. Zo zet Allard van Hoeken, afkomstig van het offshorebedrijf Bluewater, zijn kennis in om op zee zonnepanelen te plaatsen (lees ‘Plan voor zonnepark op zee’), Jan van der Tempel hoopt deze zomer een windturbine te plaatsen die via hydraulische druk een generator aandrijft, en hoogleraar Paulien Herder coördineert het onderzoek aan de TU’s richting energietransitie (lees ‘TU Delft: Nederland als energiehub’).

TRANSITIE MOET

De noodzaak van de energietransitie is inmiddels bij de fossiele bedrijven onomstreden. Shell-directeur Marjan van Loon: ‘Wij committeren ons aan de doelstellingen van Parijs en willen helpen die te realiseren.’ Jo Peters van de NOGEPA: ‘We moeten met de energietransitie aan de slag.’ Jeroen van der Veer: ‘In Nederland word ik gezien als een fossiele dinosaurus, maar bij het World Economic Forum waar ik voorzitter ben van de werkgroep Future Energy zien ze mij als een voorloper.’

Soortgelijke intenties kwamen logischerwijs van bedrijven die direct profiteren van de energietransitie. Zo gaat netbeheerder TenneT de komende tien jaar voor zo’n 28 miljard euro investeren in uitbreiding van het hoogspanningsnet, en Siemens is op alle mogelijke manieren bezig met de elektrificatie van ons energiesysteem. Hans Winters, de nieuwe CEO van Siemens Nederland, zei het zo: ‘Voor de energietransitie is niet de techniek het probleem, of de financiering. Fondsen willen maar al te graag duurzaam investeren. Het echte probleem zit bij onszelf: willen we wel veranderen, willen we een windturbine in onze achtertuin of zonnepanelen op de wei? Blijven we als ingenieurs niet te veel hangen in de oude technologie en durven we voldoende tegen de stroom in te gaan?’

FOSSIEL BLIJFT VOORLOPIG NODIG

Maar de bijeenkomst had ook een andere boodschap: de energietransitie moet, maar verwacht niet dat we snel zonder fossiel kunnen. China investeert bijvoorbeeld gigantisch veel in wind en zon, met inmiddels tientallen gigawatts aan vermogen, maar aan kolen staat er nog steeds het honderdvoudige, aldus Lucia van Geuns, adviseur Energie van The Hague Centre of Strategic Studies. Ze liet grafieken zien van de energiehuishouding van diverse continenten en grote landen, en bij geen van allen haalde duurzame energie in 2050 de honderd procent, op zijn best de helft van de totale energievoorziening. ‘We blijven voorlopig afhankelijk van fossiel’, concludeerde zij na de presentatie van een reeks van dit soort overzichten.

Jeroen van der Veer verwees naar het Sky-scenario dat Shell onlangs publiceerde (lees ‘Shell: piek in olie- en gasgebruik moet nog komen’). ‘Dit is geen wens-scenario dat ons op korte termijn een volledig duurzaam energiesysteem voorspiegelt, maar een realistisch scenario. En dan zien we dat olie en gas nog gaan pieken en pas geleidelijk hun aandeel verliezen.’ Oftewel: voor de fossiele wereld blijft er voorlopig nog werk aan de winkel.

Als gezegd, de fossiele bedrijven zien de energietransitie tegelijk als een kans voor nieuwe business. Dat werd het beste samengevat door Arnout de Pee van McKinsey. ‘Nederland heeft veel te winnen met verduurzaming: we hebben een gunstige ligging voor de opslag van CO2, onze energie-intensieve industrie zit dicht bij elkaar, we hebben een prima plek voor wind op zee, en we zijn goed in systeemintegratie.’ En zo is, variërend op het motto van de bijeenkomst, de onvermijdelijke conclusie: Moving away from fossil fuels is the best way forward.

Bron: De Ingenieur