Den Haag – NOGEPA is positief over de klimaataanpak van het nieuwe kabinet. Een hoge ambitie en verlaging van de CO2-uitstoot als leidend principe springen daarbij in het oog. Het kabinet waakt er voor om makkelijke antwoorden te geven op moeilijke vragen. Dat is goed. NOGEPA gaat er van uit dat de hoge ambities kunnen worden waargemaakt wanneer de energietransitie integraal wordt beschouwd en oplossingen in hun samenhang worden vormgegeven.

Zo zal ons nieuwe energiesysteem in toenemende mate afhankelijk zijn van wind op zee. NOGEPA zoekt samen met velen, naar de mogelijkheden de gasinfrastructuur op zee in te zetten voor versnelling van de energietransitie. Bijvoorbeeld door op korte termijn productieplatforms te elektrificeren en zo een forse vermindering van de CO2 uitstoot te realiseren. En door, op langere termijn, de gasinfrastructuur te gebruiken voor de productie en transport van waterstof uit windenergie of aardgas. Of om afgevangen CO2 in oude gasvelden op te slaan. De leden van NOGEPA hebben de kennis en expertise om deze toepassingen mogelijk te maken en gaan daarover graag met het kabinet in gesprek.

Op 10 oktober heeft NOGEPA samen met EBN Nexstep opgericht. Deze organisatie richt zich op de grote decommissionings-opgave waar de sector de komende jaren voor staat. Allereerst zal Nexstep kijken waar hergebruik of herbestemming van installaties mogelijk is om zo de energietransitie te versnellen. Als dat niet kan dan wordt in onbruik geraakte infrastructuur natuurlijk opgeruimd. Ook hier is een integrale aanpak wenselijk en noodzakelijk om de kosten (voor industrie en maatschappij) niet onnodig op te laten lopen. Eenmaal afgebroken en opgeruimde infrastructuur komt nooit meer terug en kan dan niet meer voor duurzame vormen van energie ingezet worden.

Ook op land ziet NOGEPA synergiemogelijkheden tussen de olie en gassector en de duurzame energieproductie. Zo wordt nu al verkend op welke wijze de kennis van de leden van NOGEPA kan worden ingezet om de productie van aardwarmte te ondersteunen.

Het kabinet wil deze periode op land geen nieuwe opsporingsvergunningen voor olie en gas afgeven. Wat precies de impact daarvan is, moet nog blijken. Het regeerakkoord stelt dat reeds afgegeven vergunningen gewoon doorlopen. Met een verlaging van de gasproductie echter wordt de nationale gasvraag, met name uit de industrie en uit de grootschalige elektriciteitsproductie, niet direct weggenomen. De vraag naar gas blijft nog wel even bestaan. Duidelijk is dat een lagere gasproductie in eigen land betekent dat je meer en eerder gas moet importeren. Gas met een hogere CO2 footprint.  En gas dat geld kost in plaats van dat het geld oplevert.

Vanuit deze optiek roept NOGEPA het kabinet op om te blijven zorgen voor een aantrekkelijk investeringsklimaat om gas uit de kleine velden (offshore en uit de reeds gegunde onshore lokaties) te kunnen blijven winnen. In ieder geval zolang we gas nodig hebben.

Angst voor een lock-in van de nationale gaswinning is daarbij niet nodig. De huidige voorraden in de kleine velden zijn bij het huidige productieniveau goed voor nog zo’n 20 jaar productie. Daarna is het op. En in die 20 jaar heeft Nederland dan de beschikking over nationaal gewonnen aardgas, blijven er gasbaten in de staatskas stromen en voorkomen we dat miljarden moeten worden betaald aan een buitenlandse leverancier. Met Nederlands aardgas boven import vermijden we bovendien – als we dit aardgas daar inzetten waar geen duurzame alternatieven voorhanden zijn- ook nog eens zo’n 30% extra CO2 uitstoot en kan de kennis, kunde en infrastructuur van onze sector worden ingezet voor duurzame toepassingen. NOGEPA gaat graag met het kabinet in gesprek om dit investeringsklimaat concreet vorm te geven.