Den Haag, 6 april. NOGEPA en de Nederlandse overheid moeten vandaag het hoofd bieden aan een complex maar (gelukkig) virtueel incident op het Nederlands continentale plat (NCP) van de Noordzee. Dit incident is onderdeel van een gezamenlijke oefening van de industrie en de overheid om vastgelegde procedures, afspraken en samenwerking te toetsen en waar nodig te verbeteren. Centraal in de oefening staan een productieplatform van Centrica en een mobiele boorplatform onder contract van Wintershall, in dit geval beide aanwezig op het NCP. Naast Wintershall en Centrica, gastheren van deze oefening, nemen ook de Kustwacht, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), Rijkswaterstaat, Regionaal Beheersteam Noordzeerampen (RBN) en Den Helder airport actief deel aan deze oefening.

Volgens het scenario van de oefening vindt er een aanvaring plaats tussen een vrachtschip en de mobiele boorinstallatie onder contract van Wintershall. Dit zogenoemde “rig” wordt op dat moment gesleept naar zijn nieuwe locatie op de Noordzee. Bij de aanvaring vallen twee mensen (dummies) in het water. Ze moeten door een SAR helikopter worden gered. Ook ontstaat er door de botsing een olielek en wat later een gaslek, veroorzaakt door een gescheurde gasleiding van Centrica productieplatform richting het vaste land. Evacuatie van de mensen op het Centrica platform en op de boorinstallatie van Wintershall komt aan de orde. De gecreëerde situatie is erop gericht om zo veel mogelijk aspecten van het beheersen van een calamiteit te kunnen oefenen. Overheid en industrie nemen samen deel. Doel van de oefening is te oefenen in het gezamenlijk optreden, af te stemmen over ieders taak, rol en verantwoordelijkheid bij het beheersen en oplossen van het incident. Naast de verschillende veiligheidsaspecten wordt ook het communicatieproces geoefend: bijvoorbeeld de communicatie naar de media, het publiek en naar familie van personeel. Dit soort calamiteitenoefeningen wordt jaarlijks gehouden.