Een productiedaling van de kleine velden met 7% aan de ene kant, en een schets van de potentie van de kleine velden aan de andere kant. Dat is de kern van het rapport “Focus on Dutch Oil & Gas” dat EBN op 21 juni publiceerde. Lage gasprijzen, hoge kosten en een verslechterend investeringsklimaat blijken de voornaamste veroorzakers van de productiedaling. Gevolg is dat de marges van de producenten in 2015 verder onder druk zijn komen te staan, investeringen sterk teruglopen en de levensvatbaarheid van bestaande infrastructuur bedreigd wordt.

De Nederlandse Olie en Gasindustrie verenigd binnen NOGEPA herkent het geschetste beeld. Sterker nog. De ontwikkelingen zetten zich in 2016 door en laten een zo mogelijk nog zorgelijker beeld zien.

Secretaris generaal Jo Peters van NOGEPA: “De Nederlandse olie en gas industrie staat onder druk. Lage prijzen, hoge kosten, een ongelijk internationaal speelveld en een minder vanzelfsprekende maatschappelijke acceptatie van onze activiteiten zijn belangrijke zorgpunten. In die context neemt de industrie de nodige maatregelen: Projecten worden uitgesteld, personeel ontslagen, materieel verplaatst en er wordt hard gewerkt aan een betere samenwerking met mensen en organisaties in onze omgeving. Het probleem is echter breder dan alleen onze sector. Zo hebben we bijvoorbeeld de komende jaren bij gebrek aan duurzame alternatieven nog aardgas nodig.“

En er is nog veel gas uit kleine velden te winnen: Het EBN rapport geeft aan dat bij ongewijzigd beleid er 100 miljard kuub in principe winbare volumes in de grond blijft zitten. Dat is drie keer de hele Nederlandse gasconsumptie en vertegenwoordigt een waarde van zo’n 15 miljard euro. Die volumes zouden een significante bijdrage kunnen leveren aan Nederland op allerlei manieren: via staatsinkomsten, via werkgelegenheid in de sector en via het verminderen van de importafhankelijkheid van gas voor Nederland. Om de benodigde investeringen alsnog mogelijk te maken zijn maatregelen op korte termijn nodig. De gassector wil samen met de Nederlandse overheid en politiek onderzoeken of en hoe deze Nederlandse voorraden gewonnen kunnen worden en hoe de opbrengsten daarvan op de maatschappelijke beste wijze kunnen worden aangewend.

Peters stelt dat de gaswinning uit de kleine velden daadwerkelijk in gevaar is. “Gaswinning in Nederland is decennialang vanzelfsprekend geweest. We zitten evenwel in een nieuwe werkelijkheid waarbij er aanzienlijke weerstanden tegen het winnen van gas zijn ontstaan. We werken er hard aan ons die nieuwe werkelijkheid eigen te maken. Door meer transparantie, door beter te luisteren naar onze omgeving en daar naar te handelen. De discussie over Groningen snappen we. Maar ook de winning uit de kleine velden staat fors onder druk. Op het zelfde moment zeggen bijvoorbeeld het Energierapport en ook de Toekomstvisie van Natuur en Milieu, dat de Nederlandse doelstellingen in het Energieakkoord tot 2023 en de Klimaatdoelstellingen niet zonder de inzet van gas te bereiken. Dat dilemma kunnen we alleen maar samen oplossen”.

Peters vraagt de Nederlandse politiek en overheid daarom mee te helpen om de Nederlandse gaswinning tijdens deze energietransitie te behouden. “Hoewel ook gas uiteindelijk uit onze energiemix zal verdwijnen, kan Nederland op sommige terreinen nu nog niet zonder. Dus moeten we gas produceren in eigen land of kopen in het buitenland. En dan blijkt Nederlands gas een stuk milieuvriendelijker dan geïmporteerd gas, levert het gasbaten op in plaats van dat het geld kost, creëert het hoogwaardige werkgelegenheid en zorgt het voor minder afhankelijkheid van het buitenland.”

Met de politiek en overheid wil Peters in gesprek over de rol van gas en de mogelijkheden voor winning van gas uit de kleine velden tot het moment dat dat dankzij de transitie niet meer nodig is. “Gaswinning is een onderdeel van een scherp maatschappelijk debat geworden. Daarbij moeten we dan ook bespreken hoe we slim met ons aardgas om kunnen gaan. De gasprijs kunnen we natuurlijk niet beïnvloeden. Significante kostenreducties zijn al in gang gezet, deze gaan helaas ook gepaard met ontslagen. Maar er is ook sprake van een hoge belastingdruk in Nederland. Nu gaat 50 % van het resultaat via de belasting direct naar de overheid: 25 % via normale vennootschapsbelasting en 25% via extra mijnbouwbelasting. In Engeland is de totale belastingdruk verlaagd naar 30 %. Dat speelveld zou gelijk moeten zijn. En misschien zijn er meer mogelijkheden”, aldus Peters.

Peters geeft aan dat de tijd dringt en dat daarom deze oproep wordt gedaan. “Doen we nu niets dan blijft de komende jaren de productie van gas uit de kleine velden dalen met ingrijpende gevolgen voor de werkgelegenheid en de infrastructuur. Dat laat het EBN rapport duidelijk zien. Infrastructuur die ook kan worden ingezet voor bijvoorbeeld wind op zee. De gaswinning uit de kleine velden verdwijnt binnen 10 jaar. Ik denk dat we dat niet moeten willen. Dat is slecht voor Nederland”.