DEN HAAG (Energeia) – Nederlandse olie- en gasoperators zetten steviger in op het overtuigen van politiek en publiek van hun relevantie. Branchevereniging Nogepa wil nog dit jaar afspraken maken met maatschappelijke organisaties over het betrekken van de omgeving bij nieuwe projecten, zeggen voorzitter Fraser Weir en secretaris-generaal Jo Peters. En met een nieuwe directeur communicatie, afkomstig van Delta, wordt de lobby richting Den Haag versterkt. Het is geen geheim dat olie- en gasproducenten zich in de hoek bevinden waar de klappen vallen. De prijzen zijn dalende, de resterende voorraden veelal moeilijk te winnen en het imago van de sector lijdt onder Groningen. Nu leert een oude tegeltjeswijsheid dat wie geschoren wordt beter stil kan blijven zitten, maar daar denkt Nogepa heel anders over. Het tegendeel is juist waar, vindt de organisatie. Want als publiek en politiek niet langer overtuigd zijn van het nut van fossiele brandstoffen zal de sector het nog veel zwaarder krijgen. Eerst het publiek. “Lokale acceptatie, daar hebben wij te weinig aandacht aan geschonken”, zegt Jo Peters. “Dat is heel erg zichtbaar geworden met de aardbevingen in Groningen en de discussies rondom schaliegas. De wereld verandert snel, de sociale media hebben burgers mondiger gemaakt en geven ook meer informatie. De meeste partijen zijn er niet voldoende in geslaagd daar bij aan te haken; wij proberen dat nu zo goed mogelijk te doen, maar het is moeilijk. Overigens zie je het dat niet alleen bij olie en gas, maar ook bij windparken. Blijkbaar gaan mensen daar ook tegen protesteren.” Welke acties onderneemt u om de acceptatie te vergroten? Weir: “Het antwoord is natuurlijk vrij simpel, maar in de praktijk best lastig: heel veel dialoog met de lokale bevolking. Wat zijn de voor- en nadelen? Wat betekent het als er een boortoren komt, of een gasput? Onshore operators proberen daar transparant in te zijn. Gelukkig zien we dat de meeste mensen, als je het uitlegt, begrijpen dat gaswinning op dit moment voor Nederland nog steeds belangrijk is.” Peters: “Daar wil ik nog wat aan toevoegen. Nogepa is nu bezig met een omgevingsgedragscode. Daarmee willen we aan de maatschappij laten zien wat je kunt verwachten als er in jouw buurt iets moet gebeuren. En dat niet alleen, we willen ook best praten over hoe de koek moet worden verdeeld. Doet het bedrijf iets voor de onmiddellijke omgeving? En wat kun je doen –hierover hebben wij geen overeenstemming met Economische Zaken– met het staatsaandeel? Gaat die koek helemaal naar de centrale schatkist, of krijgen provincie, gemeente en burger hier ook iets van te zien? In overleg met partijen willen wij daar een code voor maken zoals ook de windjongens die hebben.” Als er één activiteit is die niet wordt geaccepteerd, is het de productie van schaliegas. Toch heeft u in het verleden opgeroepen tot meer onderzoek. Hoe denkt u daar u over? Peters: “Daar kan ik heel kort over zijn: op dit moment is geen enkel lid van Nogepa geïnteresseerd in schaliegas; Cuadrilla is sinds het intrekken van de vergunningen geen lid meer. Het is dus geen issue voor ons. Kamp wil wel de mogelijkheid openhouden om een proefboring te doen en dat vind ik begrijpelijk; dan weten we tenminste waar we het over hebben.” Indien daaruit blijkt dat er veel schaliegas in de grond zit, valt er voor operators goed te verdienen. Dan lijkt het me voor u verstandig om nu alvast de geesten rijp te maken. Weir: “Er is op dit moment nul draagvlak, dus ga je er niet aan beginnen.” Peters: “Als straks blijkt dat er gigantische megahoeveelheden te winnen zijn, kan dat onze positie veranderen. Maar ik reken daar niet op. Van drie van de vier deskundigen hoor ik dat de rendabel te winnen hoeveelheden zeer beperkt zullen zijn.” Dan de politiek. Ook in de Tweede Kamer staat de winning van olie en gas in toenemende mate onder druk. Gevoed door maatschappelijke onrust, het klimaatakkoord van Parijs en de Urgenda-uitspraak vormen kritische partijen steeds vaker een meerderheid vóór hernieuwbaar en tégen fossiel. Voor Nogepa komt die weerstand op een ongelukkig moment. Vooral offshore is het veelal niet eenvoudig om de laatste voorraden rendabel op te pompen. Tegen de politieke windrichting in pleit de organisatie daarom voor een soepeler fiscaal regime ten aanzien van winning op de Noordzee. Wat Nogepa doet publiek en politiek warm te maken voor gas Promoten van zijn zogenoemde Ladder van Zeven. Op deze ladder staan de verschillende vormen van energie gerangschikt van duurzaam naar niet-duurzaam; binnenlands aardgas staat op nummer vier, buitenlands aardgas op vijf. De sector plaatst zich hiermee naar eigen zeggen “in het midden van het spectrum”. • Deelname aan een nieuw platformvan Economische Zaken omtrent omgevingsmanagement. Ook andere deelsectoren uit de energiewereld doen hieraan mee. Wanneer het platform wordt gelanceerd, is nog onbekend. • Opstellen van een omgevingsgedragscode naar analogie van de windsector. Nogepa wil dit jaar “met een heleboel partijen” gaan praten om hierover afspraken te maken. Dit project bevindt zich nog in de voorbereidende fase. • Beter belobbyen van de politiek. Met het inhuren van Arendo Scheurs afgelopen oktober heeft Nogepa een ervaren communicatiespecialist in huis gehaald. Eerder was hij senior adviseur bij het ministerie van onderwijs, hoofd communicatie van chemieorganisatie VNCI en laatstelijk communicatiemanager bij het geplaagde Delta. Schreurs kent de weg op het Binnenhof op zijn duimpje. Lichtend voorbeeld daarbij is het Verenigd Koninkrijk. De Britse regering maakte vorige week bekend de belastingen voor olie- en gasbedrijven flink te verlagen: zo wordt de zogenoemde petroleum revenue tax feitelijk afgeschaft en daalt de extra vennootschapsbelasting van 20 naar 10% (in Nederland bedraagt dit 25%). Daarnaast komen er gerichte maatregelen om investeringen in exploratie en infrastructuur te stimuleren. In de ogen van Nogepa steekt het Nederlandse beleid, dat op dit moment wordt geëvalueerd, daarbij maar schril bij af. Wat verwacht u precies van het kabinet? Fraser: “Technisch gezien is de Noordzee eensuper mature winningsgebied; de grootste vondsten zijn gevonden, nu gaat het enkel nog over marginale hoeveelheden. De kosten om daar gas te winnen zijn dus relatief hoog. In combinatie met de lage prijzen en een ongunstig fiscaal klimaat is dat een dooddoener. Als de situatie zo blijft, zal er bijna niets meer geïnvesteerd worden.” Peters: “Wij gaan een aantal cruciale jaren tegemoet. Daarin is het niet alleen van belang dat de prijzen oppikken, maar ook dat we komen tot een investeringsklimaat dat zich enigszins verhoudt tot wat het Verenigd Koninkrijk heeft gedaan. Want als het in deze transitieperiode, waarin gas nog nodig is, het verschil te groot wordt, is de kans aanwezig dat onze leden liever aan de Engelse kant hun investeringen gaan plegen.” Kunt u concreter worden? Welke maatregelen moet Kamp volgens u nemen? Fraser: “Er zijn twee knoppen waar het kabinet aan kan draaien: het winstaandeel [een extra belasting van 25% bovenop de vennootschapsbelasting, red.] en de aftrekpost voor marginale velden. We zijn nu nog aan het rekenen wat de Britse maatregelen precies betekenen, maar uiteindelijk lijkt mij dat we als Nederland minimaal eenzelfde niveau moeten willen.” Peters: “Door het groene kader in de Tweede Kamer wordt dit geframed alsof de sector om subsidie vraagt, maar dat is natuurlijk niet het geval; het normaliseren van de belastingen is geen subsidiering.” Het is dan wel geen subsidie, maar het gaat om veel geld. En dat kan het kabinet dan niet steken in bijvoorbeeld de opwekking van hernieuwbare energie. Peters: “Er zijn landen, bijvoorbeeld in de Golf, die echt subsidiëren; dat is fout. Maar in Nederland bestaat dit niet. Kijk, van elke euro die wij verdienen, gaat zeventig cent naar de staat. Maar als wij straks niet meer attractief genoeg zijn en operators het niet meer doen, gaat er van elke euro precies nul cent naar de staat.” Fraser: “We hebben het over de verdeling van de taart. Maar als er geen taart meer is, valt er ook niets te verdelen.” Waarom lukt het uw Britse collega’s wel en u vooralsnog niet? Peters: “De Britten hebben een conservatie meerderheidsregering, wij een bipolaire minderheidsregering. VVD en PVDA denken totaal verschillend over energie en hebben er in het regeerakkoord ook geen afspraken over gemaakt. Het kabinet kan hier dan ook niet zomaar doen wat Cameron wel kan. Maar het is wel nodig, want ik ben bang dat als er niets gebeurt de infrastructuur afbrokkelt en we over tien jaar geen alternatief meer hebben voor Poetin.” U had dit verhaal drie jaar geleden tegen de auteurs van het regeerakkoord moeten vertellen. Peters, wijzend naar de tevens bij het gesprek aanwezige directeur communicatie: “Daarvoor hebben we nu Arendo [Scheurs, red.] aangenomen.” Even later: “Kijk, wij willen graag meedoen aan de energietransitie. Maar in het huidige politieke klimaat is dat een interessante opgave, om niet te zeggen een moeilijke. We willen allemaal naar dezelfde bestemming, maar verschillen van mening over hoe daar te komen. Sommige partijen willen zo snel volledig overgaan op duurzame energie en zijn daarom geen voorstander van investeringen in fossiel. Maar daarmee laat je een gat achter van twintig jaar. Ik denk dat aardgas dat gat kan opvullen. En dan kunnen we het beter zelf produceren en eraan verdienen dan het van Poetin te moeten kopen; je vermijdt daarmee ook nog eens extra CO2-uitstoot doordat het niet over duizenden kilometers hoef te worden vervoerd.” Bron: Energeia, Jeroen Savelkouls